Er zijn verschillende mogelijkheden om uw das te strikken.
Een dunne of een dikke knoop.

De volgende knopen zijn de meest voorkomende:
Four in hand  |  Halve Windsor  |  Dubbele Windsor   |  Bow Tie (strikje)

De Four-in-hand:

Sommige dassen zijn van dusdanig dik weefsel dat een dubbele windsor niet mogelijk is. Pim Fortuijn is degene, die bekend stond om deze wijze van strikken. Een semi-spread boord of een button-down shirt heeft normaliter de voorkeur voor deze wijze van strikken.

De four-in-hand doen we in vijf stappen.
  • Houd de stropdas zo dat het brede gedeelte (A) ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel (B) hangt.
  • Sla het brede gedeelte van de das over het smalle deel heen en haal de flap achterdoor langs. (afb. 1 en 2)
  • Sla het brede gedeelte van de das nogmaals over het smalle deel heen. (afb. 2 herhaling)
  • Haal het brede gedeelte van de das achterlangs door de lus van de hals en steek hem door de knoop heen. (afb. 3)
  • Trek de knoop stevig naar de boord toe terwijl je het smalle deel van de das vasthoudt. (afb. 4 en 5)

Halve windsor:

  • Houd je stropdas zo dat het brede deel ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel hangt.(afb. 1).
  • Haal de das onderdoor tussen het hemd en de das terug omlaag.Trek de knoop naar gelieve aan (afb. 2, 3 en 4).
  • Sla het brede deel achterlangs het shirt naar links. Sla vervolgens het brede deel over de knoop van links naar rechts.(afb. 5)
  • Haal het brede deel door de lus rond de hals heen en door de knoop van de das naar beneden. (plaatje (afb. 6 en 7)
  • Trek met het smalle gedeelte de knoop langzaam strak richting de boord.(afb. 7 en 8)

Dubbele windsor:

Deze knoop is zeer traditioneel en geeft een mooie dikke V aan de knoop. Deze manier van strikken is ideaal voor een shirt met een wijde boord (wide spread).

  • Houd je stropdas zo dat het brede deel (A) ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel (B) hangt.(afb. 1).
  • Haal het brede deel omhoog en trek het door de lus rond de hals opnieuw naar beneden. Trek de knoop aan. (afb. 3 en 4).
  • Sla de das voorlangs van links naar rechts. Haal het brede deel nogmaals door de lus rond de hals heen en door de knoop van de das naar beneden. (plaatje (afb. 5, 6 en 7).
  • Trek met het smalle gedeelte de knoop langzaam strak richting de boord.(afb. 7 en 8).

Strikje ofwel de Bow-tie:

Voor sommige gelegenheden is een strikje een chiquere expressie. Naast de kant en klare strik is er natuurlijk voor de doorzetter een zelf-strikker. De manier van strikken is gelijk aan het strikken van een schoen.

  • Bevestig de twee losse onderdelen aan elkaar door middel van klipsje. Leg de strik om je been met de lelijke zijde aan de binnenkant zit. Zorg ervoor dat de uiteinden voldoende lang genoeg zijn om de strik te strikken.
  • Leg een normale knoop tussen de beide uiteinden, door het flapje over de ander en daarna onderdoor te brengen.
  • Maak een denkbeeldige lus en deze met de duim en de wijsvinger vasthouden.
  • Sla nu de andere flap erover heen terwijl je de lus goed op zijn plaats houdt met duim en wijsvinger.
  • Duw met je andere duim de overgeslagen flap over door de lus van de wijsvinger.
  • Trek aan de beide dubbele flappen de strik aan om de strik strak te krijgen.

Stropdas knopen



Er zijn verschillende mogelijkheden om uw das te strikken.
Een dunne of een dikke knoop.

De volgende knopen zijn de meest voorkomende:
Four in hand  |  Halve Windsor  |  Dubbele Windsor   |  Bow Tie (strikje)

De Four-in-hand:

Sommige dassen zijn van dusdanig dik weefsel dat een dubbele windsor niet mogelijk is. Pim Fortuijn is degene, die bekend stond om deze wijze van strikken. Een semi-spread boord of een button-down shirt heeft normaliter de voorkeur voor deze wijze van strikken.

De four-in-hand doen we in vijf stappen.
  • Houd de stropdas zo dat het brede gedeelte (A) ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel (B) hangt.
  • Sla het brede gedeelte van de das over het smalle deel heen en haal de flap achterdoor langs. (afb. 1 en 2)
  • Sla het brede gedeelte van de das nogmaals over het smalle deel heen. (afb. 2 herhaling)
  • Haal het brede gedeelte van de das achterlangs door de lus van de hals en steek hem door de knoop heen. (afb. 3)
  • Trek de knoop stevig naar de boord toe terwijl je het smalle deel van de das vasthoudt. (afb. 4 en 5)

Halve windsor:

  • Houd je stropdas zo dat het brede deel ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel hangt.(afb. 1).
  • Haal de das onderdoor tussen het hemd en de das terug omlaag.Trek de knoop naar gelieve aan (afb. 2, 3 en 4).
  • Sla het brede deel achterlangs het shirt naar links. Sla vervolgens het brede deel over de knoop van links naar rechts.(afb. 5)
  • Haal het brede deel door de lus rond de hals heen en door de knoop van de das naar beneden. (plaatje (afb. 6 en 7)
  • Trek met het smalle gedeelte de knoop langzaam strak richting de boord.(afb. 7 en 8)

Dubbele windsor:

Deze knoop is zeer traditioneel en geeft een mooie dikke V aan de knoop. Deze manier van strikken is ideaal voor een shirt met een wijde boord (wide spread).

  • Houd je stropdas zo dat het brede deel (A) ongeveer dertig centimeter onder het smalle deel (B) hangt.(afb. 1).
  • Haal het brede deel omhoog en trek het door de lus rond de hals opnieuw naar beneden. Trek de knoop aan. (afb. 3 en 4).
  • Sla de das voorlangs van links naar rechts. Haal het brede deel nogmaals door de lus rond de hals heen en door de knoop van de das naar beneden. (plaatje (afb. 5, 6 en 7).
  • Trek met het smalle gedeelte de knoop langzaam strak richting de boord.(afb. 7 en 8).

Strikje ofwel de Bow-tie:

Voor sommige gelegenheden is een strikje een chiquere expressie. Naast de kant en klare strik is er natuurlijk voor de doorzetter een zelf-strikker. De manier van strikken is gelijk aan het strikken van een schoen.

  • Bevestig de twee losse onderdelen aan elkaar door middel van klipsje. Leg de strik om je been met de lelijke zijde aan de binnenkant zit. Zorg ervoor dat de uiteinden voldoende lang genoeg zijn om de strik te strikken.
  • Leg een normale knoop tussen de beide uiteinden, door het flapje over de ander en daarna onderdoor te brengen.
  • Maak een denkbeeldige lus en deze met de duim en de wijsvinger vasthouden.
  • Sla nu de andere flap erover heen terwijl je de lus goed op zijn plaats houdt met duim en wijsvinger.
  • Duw met je andere duim de overgeslagen flap over door de lus van de wijsvinger.
  • Trek aan de beide dubbele flappen de strik aan om de strik strak te krijgen.