Wat is merinowol?
Merinowol is de vacht van het merinoschaap. Dit ras is oorspronkelijk afkomstig uit Spanje, al werd het pas later wereldberoemd. Tijdens de Moorse overheersing in de achtste eeuw werd het gekruist met andere schapensoorten, en in de zestiende eeuw verspreidden de Spanjaarden het ras over de rest van de wereld. Merinoschapen zijn gebouwd om te overleven in bergachtige gebieden: hun warme, dichte vacht beschermt hen tegen kou, wind en regen, en precies die eigenschappen krijg je terug in de wol.
Soorten merinowol
Er bestaan verschillende soorten merinoschapen, waaronder een Australische variant zonder hoorns. De Australische merinowol staat bekend als de zachtste en meest flexibele schapenwol ter wereld en wordt zelfs hoger aangeslagen dan de Spaanse. Een merinoschaap levert gemiddeld 4,5 kilo wol per jaar. Daarvan blijft na het wassen zo'n 60% over, want ruwe wol zit vol vuil, zweet en wolvet en verliest dus flink aan gewicht voordat er garen van gesponnen kan worden. Merinowol behoudt na het wassen wel zijn vorm en elasticiteit, wat bijdraagt aan de levensduur.
Eigenschappen van merinowol
Merinowol is aanzienlijk fijner dan gewone schapenwol: de vezels zijn ongeveer half zo dik. Juist die fijnheid maakt dat de wol zijdezacht aanvoelt en niet kriebelt op de huid, wat merinowol geschikt maakt voor mensen met een gevoelige huid. Daarnaast zit er van nature een laagje lanoline op de vezel, dat de wol lang fris houdt. Ook is het materiaal uitzonderlijk ademend. Hierdoor voelt merinowol aan als een tweede huid: comfortabel, temperatuurregulerend en geurwerend, het hele jaar door.