De definitie van parka jas
Een van de populairste winterjassen is de parka: een jas met capuchon, vaak afgewerkt met bont. Parka's hebben doorgaans flink wat zakken, zodat je spullen kwijt kunt, je handen warm houdt en je handschoenen ergens kunt laten. Vaak zit er een dubbele sluiting op: een rits met daaroverheen een knoopsluiting, wat de tocht buiten houdt en de jas een stuk warmer maakt. Ook zijn parka's meestal langer dan gewone winterjassen, waardoor je heupen mee beschermd blijven.
De oorsprong van de parka
De parka vindt zijn oorsprong bij de volken van het noordpoolgebied, van Siberië tot Alaska. Tijdens de Tweede Wereldoorlog droeg het Amerikaanse leger de jassen, en toen ze in de jaren zestig in legerdumpwinkels te koop kwamen, werden ze ook in Nederland populair. Modemerken pikten het model op, en tegenwoordig heeft bijna ieder herenmerk wel een parka of een variant ervan in de herfst- en wintercollectie. Denk bijvoorbeeld aan de Snowpack jassen van PME Legend.
Het woord parka kwam via het Russisch in onze taal terecht en gaat terug op het Nenets, een taal uit Noord-Siberië, waar het zoiets als dierenhuid betekent. De eerste parka's werden dan ook van huiden gemaakt. De jas is uitstekend geschikt voor buitenactiviteiten in de sneeuw, zoals skiën, langlaufen of schaatsen, en het stoere karakter maakt hem perfect voor een casual outfit. Draag hem alleen niet over een pak of smoking.







